BPR 2006 

De basispensioenregeling is een eindloonregeling. Dat betekent dat uw pensioen is afgeleid van uw laatst verdiende salaris.

Hoe werkt het?
Elk jaar bouwt u een stukje pensioen op. Dat pensioen is gebaseerd op uw salaris van dat jaar. Elk jaar wordt uw pensioen aangepast aan uw laatste salaris. Uw totale pensioen groeit dus met uw salaris mee. U bouwt niet over uw gehele salaris een pensioen op. Dat wordt hieronder uitgelegd.

U bouwt over de eerste € 13.275,- (2012) van uw salaris geen pensioen op. Deze € 13.275,- is de franchise.
Uw pensioengevend salaris in een volledig jaar is veertien keer uw maandsalaris. Ook uw ploegendienstsalaris telt mee voor uw pensioenopbouw.
Het pensioengevend salaris is maximaal 5,5 keer de franchise. Per 1 januari 2011 is dat dus € 73.013,- (2012).
Gedurende uw diensttijd bouwt u elk jaar 2% op van uw laatste basispensioengrondslag.
Wanneer uw pensioengevend jaarinkomen meer bedraagt dan 5,5 keer de franchise neemt u behalve aan de basispensioenregeling ook deel aan de excedentpensioenregeling. De excedentpensioenregeling is een zogenaamde beschikbarepremieregeling

Excedentpensioen/aanvullende pensioenregeling
De excedentpensioenregeling geldt voor u als uw pensioengevend jaarinkomen meer is dan 5,5 maal de franchise. Met het excedentpensioen spaart u een pensioenkapitaal. Met dit kapitaal kunt u ouderdomspensioen, partnerpensioen en wezenpensioen aankopen. Dit kunt u doen bij een verzekeraar die u zelf kiest.

Als u deelneemt aan de excedentpensioenregeling wordt voor u een aparte pensioenspaarrekening geopend bij ING. Hierop worden de stortingen bijgeschreven. Het spaartegoed van de pensioenspaarrekening is bedoeld voor de inkoop van levenslang ouderdomspensioen, (tijdelijk) partnerpensioen en eventueel wezenpensioen. De rendementen op de pensioenrekening worden op de pensioenspaarrekening bijgeschreven. Lees hier meer over zelf beleggen bij ING. Gaat u bijna met pensioen en bent u deelnemer van de aanvullende pensioenregeling? Lees hier meer over hoe u uw pensioenkapitaal kan aanwenden voor de aankoop van een pensioenuitkering.

Nabestaandenpensioen
Tegelijk met de opbouw van uw ouderdomspensioen bouwt u ook partner- en wezenpensioen op. U leest hierover meer bij Partner- en wezenpensioen

Arbeidsongeschiktheid
Bent u langer dan twee jaar ziek (wettelijk 104 weken) en voor meer dan 35% arbeidsongeschikt verklaard? Dan komt u in aanmerking voor een uitkering bij arbeidsongeschiktheid. U leest hierover meer bij Arbeidsongeschiktheid.

U kunt de volgende keuzes maken voordat u met pensioen gaat:

1. U kunt uw pensioen eerder laten ingaan
U kunt eerder stoppen met werken en uw pensioen eerder laten ingaan dan de standaardpensioenleeftijd van 65 jaar. Eerder met pensioen gaan kan vanaf uw 55ste.

Als u eerder met pensioen gaat moet u er rekening mee houden dat u minder lang pensioen opbouwt en dat het opgebouwde pensioen over een langere periode moet worden uitgekeerd. Uw pensioenuitkering wordt dus lager. U bent dan wel verplicht te stoppen met werken.

2. U kunt een aanspraak op partnerpensioen geheel of gedeeltelijk uitruilen voor meer ouderdomspensioen
U kunt vóór uw pensioen ingaat uw partnerpensioen uitruilen voor hoger ouderdomspensioen. Uitruil is zinvol als u geen partner hebt, maar ook als uw partner zelf een goed inkomen heeft. Heeft u een partner, dan moet deze toestemming geven voor deze uitruil.

3. U kunt een deel van uw ouderdomspensioen uitruilen voor meer partnerpensioen;
U kunt vóór uw pensioen ingaat een deel van uw ouderdomspensioen uitruilen voor een hoger partnerpensioen. Standaard bedraagt het partnerpensioen 70% van uw ouderdomspensioen. Deze uitruil gaat ten koste van de hoogte van uw ouderdomspensioen.

4. U kunt na uw pensionering eerst tot uw 65ste, 70ste of 75ste een hogere pensioenuitkering ontvangen, en vervolgens levenslang een lagere.
U kunt ervoor kiezen om vanaf pensionering eerst een bepaalde periode een hogere uitkering van uw ouderdomspensioen te ontvangen. Daarna ontvangt u levenslang een lagere uitkering. De verhouding tussen de hoge en de lage uitkering is maximaal 100:75. Als het ouderdomspensioen ingaat vóór de 65-jarige leeftijd geldt daarbij bovendien het volgende: Over de periode tussen de ingangsdatum van het ouderdomspensioen en het bereiken van de 65-jarige leeftijd mag de hoge uitkering méér dan 33 1/3% hoger zijn dan de lage uitkering bedragen. De hoge uitkering mag over die periode vermeerderd worden met een bedrag ter grootte van tweemaal de AOW-uitkering voor een gehuwde, vermeerderd met de vakantietoeslag.

Uw keuze heeft gevolgen voor de hoogte van uw pensioenuitkering. Tegen de tijd dat u met pensioen gaat, kunt u de financiële gevolgen van de verschillende mogelijkheden voor u laten doorrekenen.

Pensioenplanner
Binnenkort bieden we ook een deelnemersportaal en een nieuwe pensioenplanner. Daarmee hebt u 24 uur per dag toegang tot uw persoonlijke pensioengegevens. Met de pensioenplanner en uw Uniform Pensioenoverzicht (UPO) kunt u zelf pensioenberekeningen maken. U kunt bijvoorbeeld zien wat er met uw pensioen gebeurt als u eerder met pensioen wilt gaan. De pensioenplanner is zeer uitgebreid en zorgt ervoor dat u een up-to-date berekening krijgt op basis van uw huidige pensioensituatie bij BP. U ontvangt nieuwe inloggegevens van ons, zodra dit klaar is. Tot die tijd kunnen deelnemers van de pensioenregeling van BP Raffinaderij nog terecht op de bestaande pensioenplanner.

Hoe houdt uw pensioen zijn waarde?

Basisregeling

Indexatie of toeslagverlening is de verhoging van uw pensioen in verband met gestegen lonen. Zo behoudt uw pensioen in de toekomst zijn waarde. Uw pensioen is gebaseerd op uw laatstverdiende loon (eindloon). De stijging van de lonen is daarom al in uw pensioen verwerkt. Op deze wijze behoudt het pensioen zijn waarde en hoeft er geen indexatie plaats te vinden.

Let op:
Uw basispensioenregeling kent een gemaximeerde loongrens van € 73.013,-. U bouwt maximaal pensioen op tot dit loonbedrag. Uw opgebouwde pensioen groeit dus maximaal mee met de stijging van uw loon tot dit maximum.

Als u niet meer mee doet aan deze pensioenregeling of als u al pensioen krijgt, dan bestaat de intentie om uw pensioen aan te passen aan de stijging van de prijzen tot een maximum van 4%. De premievrije en ingegane pensioenen worden ieder jaar per 1 januari aangepast conform de procentuele ontwikkeling van het prijsindexcijfer. Het pensioenfonds financiert deze voorwaardelijke toeslagverlening deels uit behaalde overrendementen. Verhoging van het pensioen is voorwaardelijk en vindt plaats indien en voorzover de financiële middelen van het pensioenfonds dit toelaten. Er bestaat geen recht op indexatie en het is ook voor de lange termijn niet zeker of en in hoeverre indexatie zal plaatsvinden. Een besluit om in enig jaar indexatie te verlenen, vormt geen garantie voor in toekomstige jaren te verlenen indexaties.

Aanvullende regeling
Bouwt u ook een kapitaal op waarmee u in de toekomst een periodiek pensioenuitkering aan kunt kopen? Dan wordt er over dat kapitaal niet geïndexeerd, maar bent u afhankelijk van het rendement.

Als u al pensioen krijgt dan wordt het pensioen dat u heeft aangekocht uit het kapitaal anders aangepast aan de stijging van de prijzen. Of er geïndexeerd wordt, en zo ja hoe, is afhankelijk van de wijze waarop de betreffende verzekeraar/het betreffende pensioenfonds de door u bij die verzekeraar/dat pensioenfonds ingekochte aanspraken indexeert. Voor deze situatie kunt u de betreffende verzekeraar/het betreffende pensioenfonds om informatie verzoeken. U heeft alleen indexatie als u dat zelf geregeld heeft. Uw pensioenfonds heeft namelijk niets geregeld om uw pensioen aan te passen aan het stijgen van de prijzen.

Voorwaardelijkheidsverklaring 2011