Basispensioenregeling
Uw basispensioenregeling is een eindloonregeling. Dat betekent dat uw pensioen is afgeleid van uw laatst verdiende salaris.
Hoe werkt het?
Elk jaar bouwt u een stukje pensioen op. Dat pensioen is gebaseerd op uw salaris van dat jaar. Elk jaar wordt uw pensioen aangepast aan uw laatste salaris. Uw totale pensioen groeit dus met uw salaris mee. U bouwt niet over uw gehele salaris een pensioen op. Dat wordt hieronder uitgelegd.
U bouwt over de eerste € 16.483 (2011) van uw salaris geen pensioen op. Deze € 16.483 is de franchise. Uw pensioengevend salaris is 14 keer uw maandsalaris exclusief ploegendienstsalaris en gemaximeerd op € 71.427 (2011). Gedurende uw diensttijd bouwt u elk jaar 1,75% op van uw laatste basispensioengrondslag.
Aanvullende pensioenregeling
De aanvullende pensioenregeling is een beschikbare-premieregeling waarbij de werkgever jaarlijks aan iedere deelnemer een premie beschikbaar stelt. Deze beschikbare premie is een percentage van de basispensioengrondslag en van de franchisegrondslag. Dit bedrag wordt op een aparte pensioenspaarrekening bijgeboekt. De hoogte van de premie is leeftijdsafhankelijk.
Verder bouwt u over het deel van uw jaarsalaris dat boven € 71.427 (2011) uitstijgt en over uw ploegendienstsalaris pensioen op in de aanvullende pensioenregeling. Dit noemen wij excedentpensioengrondslag. Hiervoor wordt ook een leeftijdsafhankelijke premie beschikbaar gesteld.
Het percentage van de basispensioengrondslag wordt vastgesteld volgens onderstaande tabel.
| Leeftijd |
Bijdrage |
| Jaar |
% |
| 25 t/m 29 |
1,0 |
| 30 t/m 34 |
1,2 |
| 35 t/m 39 |
1,4 |
| 40 t/m 44 |
1,8 |
| 45 t/m 49 |
2,2 |
| 50 t/m 54 |
2,7 |
| 55 t/m 59 |
3,3 |
| 60 t/m 64 |
4,2 |
Het percentage van de franchisegrondslag en de excedentpensioengrondslag wordt vastgesteld volgens onderstaande tabel.
| Leeftijd |
Bijdrage |
| Jaar |
% |
| 25 t/m 29 |
7,8 |
| 30 t/m 34 |
9,4 |
| 35 t/m 39 |
11,6 |
| 40 t/m 44 |
14,1 |
| 45 t/m 49 |
17,1 |
| 50 t/m 54 |
21,3 |
| 55 t/m 59 |
26,5 |
| 60 t/m 64 |
33,4 |
Daarnaast kunt u vrijwillig een extra premie ter beschikking stellen in de aanvullende pensioenregeling. De premie wordt dan geheven over uw jaarlijkse bonus. De hoogte van deze beschikbare premie is gemaximeerd op basis van een leeftijdsafhankelijk percentage.
Met de aanvullende pensioenregeling spaart u een pensioenkapitaal. Met dit kapitaal kunt u ouderdomspensioen, (tijdelijk) partnerpensioen en wezenpensioen aankopen. Dit kunt u doen bij een verzekeraar die u zelf kiest.
Als u deelneemt aan deze aanvullende pensioenregeling wordt voor u een aparte pensioenspaarrekening geopend bij ING. Hierop worden de stortingen bijgeschreven. Het spaartegoed van de pensioenspaarrekening is bedoeld voor de inkoop van levenslang ouderdomspensioen, partnerpensioen en eventueel wezenpensioen. De rendementen op de pensioenrekening worden op de pensioenspaarrekening bijgeschreven. Lees hier meer over zelf beleggen bij ING. Gaat u bijna met pensioen en bent u deelnemer van de aanvullende pensioenregeling? Lees hier meer over hoe u uw pensioenkapitaal kan aanwenden voor de aankoop van een pensioenuitkering.
Partner- en wezenpensioen
Arbeidsongeschiktheid
Overgangsregeling
Bent u deelnemers geweest van de Oude Pensioenregeling op 31 december 2005 en was u al deelnemer van deze pensioenregeling op 1 januari 2006? Dan geldt een overgangsregeling voor u.
De per 31 december 2005 opgebouwde pensioenaanspraken zijn onderdeel geworden van deze pensioenregeling. De in de Oude Regeling vastgestelde premievrije aanspraak op extra pensioen wordt in deze pensioenregeling eveneens als een premievrij aanspraak aangemerkt.
Het uitruilen van (een deel van) het partnerpensioen voor meer ouderdomspensioen en het vervroegen van het ouderdomspensioen hebben alleen betrekking op de na 1 januari 2002 opgebouwde pensioenrechten.
Per 1 januari 2006 is voor de deelnemer eenmalig een extra individuele beschikbare premie vastgesteld binnen de fiscale grenzen. Het bestuur beslist jaarlijks of deze extra beschikbare premie per 1 april van het desbetreffende jaar wordt geïndexeerd met 4%. Zolang het deelnemerschap niet is beëindigd, zal de extra beschikbare premie voor een maximale duur van 15 jaar worden gestort op de pensioenspaarrekening van de deelnemer. De bepalingen uit deze pensioenregeling ten aanzien van het pensioenspaarsaldo van de pensioenspaarrekening zijn ook van toepassing ten aanzien van deze extra beschikbare premie.
U kunt de volgende keuzes maken voordat u met pensioen gaat
1. U kunt uw pensioen eerder of later laten ingaan
U kunt eerder stoppen met werken en uw pensioen eerder laten ingaan dan de standaardpensioenleeftijd van 65 jaar. Eerder met pensioen gaan kan vanaf uw 55ste.
Als u eerder met pensioen gaat moet u er rekening mee houden dat u minder lang pensioen opbouwt en dat het opgebouwde pensioen over een langere periode moet worden uitgekeerd. Uw pensioenuitkering wordt dus lager. U bent dan wel verplicht te stoppen met werken.
U kunt uw pensioen (in overleg met uw werkgever en mits u blijft werken) ook later laten ingaan dan op uw 65e, echter niet later dan op uw 70ste. Er vindt na uw 65e verdere pensioenopbouw plaats. Uitstel van uw pensioenuitkering kan leiden tot een aanzienlijke verhoging van uw pensioeninkomen. Uw pensioenuitkering gaat later in en wordt uitgekeerd over een kortere periode.
2. U kunt een aanspraak op partnerpensioen geheel of gedeeltelijk uitruilen voor meer ouderdomspensioen
U kunt vóór uw pensioen ingaat uw partnerpensioen uitruilen voor hoger ouderdomspensioen. Uitruil is zinvol als u geen partner hebt, maar ook als uw partner zelf een goed inkomen heeft. Heeft u een partner, dan moet deze toestemming geven voor deze uitruil.
3. U kunt een deel van uw ouderdomspensioen uitruilen voor meer partnerpensioen
U kunt vóór uw pensioen ingaat een deel van uw ouderdomspensioen uitruilen voor een hoger partnerpensioen. Standaard bedraagt het partnerpensioen 70% van uw ouderdomspensioen. Deze uitruil gaat ten koste van de hoogte van uw ouderdomspensioen.
4. U kunt na uw pensionering eerst tot uw 65e, 70e of 75e een hogere pensioenuitkering ontvangen, en vervolgens levenslang een lagere.
U kunt ervoor kiezen om vanaf pensionering eerst een bepaalde periode een hogere uitkering van uw ouderdomspensioen te ontvangen. Daarna ontvangt u levenslang een lagere uitkering. De verhouding tussen de hoge en de lage uitkering is maximaal 100:75. Als het ouderdomspensioen ingaat vóór de 65-jarige leeftijd geldt daarbij bovendien het volgende: Over de periode tussen de ingangsdatum van het ouderdomspensioen en het bereiken van de 65-jarige leeftijd mag de hoge uitkering méér dan 33 1/3% hoger zijn dan de lage uitkering bedragen. De hoge uitkering mag over die periode vermeerderd worden met een bedrag ter grootte van tweemaal de AOW-uitkering voor een gehuwde, vermeerderd met de vakantietoeslag.
Uw keuze heeft gevolgen voor de hoogte van uw pensioenuitkering. Tegen de tijd dat u met pensioen gaat, kunt u de financiële gevolgen van de verschillende mogelijkheden voor u laten doorrekenen.
Hoe houdt uw pensioen zijn waarde?
Basisregeling
Indexatie of toeslagverlening is de verhoging van uw pensioen in verband met gestegen lonen. Zo behoudt uw pensioen in de toekomst zijn waarde. Uw pensioen is gebaseerd op uw laatstverdiende loon (eindloon). De stijging van de lonen is daarom al in uw pensioen verwerkt. Op deze wijze behoudt het pensioen zijn waarde en hoeft er geen indexatie plaats te vinden.
Let op:
Uw basispensioenregeling kent een gemaximeerde loongrens van € 71.427,-- (1 april 2011). U bouwt maximaal pensioen op in deze regeling tot dit loonbedrag. Uw opgebouwde pensioen groeit dus maximaal mee met de stijging van uw loon tot dit maximum.
Als u niet meer mee doet aan deze pensioenregeling of als u al pensioen krijgt, dan bestaat de intentie om uw pensioen aan te passen aan de stijging van de prijzen tot een maximum van 4%. De premievrije en ingegane pensioenen worden ieder jaar per 1 april aangepast conform de procentuele ontwikkeling van het prijsindexcijfer. Het pensioenfonds financiert deze voorwaardelijke toeslagverlening uit behaalde overrendementen. Verhoging van het pensioen is voorwaardelijk en vindt plaats indien en voorzover de financiële middelen van het pensioenfonds dit toelaten. Er bestaat geen recht op indexatie en het is ook voor de lange termijn niet zeker of en in hoeverre indexatie zal plaatsvinden. Een besluit om in enig jaar indexatie te verlenen, vormt geen garantie voor in toekomstige jaren te verlenen indexaties.
Aanvullende regeling
Bouwt u ook een kapitaal op waarmee u in de toekomst een periodiek pensioenuitkering aan kunt kopen? Dan wordt er over dat kapitaal niet geïndexeerd, maar bent u afhankelijk van het rendement.
Als u al pensioen krijgt dan wordt het pensioen dat u heeft aangekocht uit het kapitaal anders aangepast aan de stijging van de prijzen. Of er geïndexeerd wordt, en zo ja hoe, is afhankelijk van de wijze waarop de betreffende verzekeraar/het betreffende pensioenfonds de door u bij die verzekeraar./dat pensioenfonds ingekochte aanspraken indexeert. Voor deze situatie kunt u de betreffende verzekeraar/het betreffende pensioenfonds om informatie verzoeken. U ontvangt alleen indexatie als u dat zelf geregeld heeft. Uw pensioenfonds heeft namelijk niets geregeld om uw pensioen aan te passen aan het stijgen van de prijzen.
Voorwaardelijkheidsverklaring 2011