Uw pensioenregeling is een eindloonregeling. Dat betekent dat uw pensioen is afgeleid van uw laatst verdiende salaris. Deze pensioenregeling is beschreven in twee pensioenreglementen: één voor actieve deelnemers en één voor inactieven (gewezen deelnemers en gepensioneerden).
Hoe werkt het?
Elk jaar bouwt u een stukje pensioen op. Dat pensioen is gebaseerd op uw salaris van dat jaar. Elk jaar wordt uw pensioen aangepast aan uw laatste salaris. Uw totale pensioen groeit dus met uw salaris mee. U bouwt niet over uw gehele salaris een pensioen op. Dat wordt hieronder uitgelegd.
U bouwt niet over uw gehele salaris pensioen op. U ontvangt namelijk later ook een AOW-uitkering van de overheid. Daarnaast is het salaris waarover u pensioen opbouwt in sommige regelingen gemaximeerd.
U bouwt over de eerste € 15.914 (2011) van uw salaris geen pensioen op. Deze € 15.914 is de franchise.
Uw pensioengevend salaris in een volledig jaar is 14 keer uw maandsalaris plus het in dat jaar eventueel toegekende ploegendienstsalaris. Gedurende uw diensttijd bouwt u elk jaar 1,75% op van uw laatste pensioengrondslag.
Partner- en wezenpensioen
Arbeidsongeschiktheid
U kunt de volgende keuzes maken voordat u met pensioen gaat:
1. U kunt uw pensioen eerder of later laten ingaan
U kunt eerder stoppen met werken en uw pensioen eerder laten ingaan dan de standaardpensioenleeftijd van 65 jaar. Eerder met pensioen gaan kan vanaf uw 55ste.
Als u eerder met pensioen gaat moet u er rekening mee houden dat u minder lang pensioen opbouwt en dat het opgebouwde pensioen over een langere periode moet worden uitgekeerd. Uw pensioenuitkering wordt dus lager. U bent dan wel verplicht te stoppen met werken.
U kunt uw pensioen (in overleg met uw werkgever en mits u blijft werken) ook later laten ingaan dan op uw 65e, echter niet later dan op uw 70ste. Er vindt na uw 65e verdere pensioenopbouw plaats. Uitstel van uw pensioenuitkering kan leiden tot een aanzienlijke verhoging van uw pensioeninkomen. Uw pensioenuitkering gaat later in en wordt uitgekeerd over een kortere periode.
2. U kunt een aanspraak op partnerpensioen geheel of gedeeltelijk uitruilen voor meer ouderdomspensioen
U kunt vóór uw pensioen ingaat uw partnerpensioen uitruilen voor hoger ouderdomspensioen. Uitruil is zinvol als u geen partner hebt, maar ook als uw partner zelf een goed inkomen heeft. Heeft u een partner, dan moet deze toestemming geven voor deze uitruil. Bent u gewezen deelnemer van deze pensioenregeling, dan kunt u slechts het na 2002 opgebouwde partnerpensioen uitruilen voor meer ouderdomspensioen.
3. U kunt een deel van uw ouderdomspensioen uitruilen voor meer partnerpensioen
U kunt vóór uw pensioen ingaat een deel van uw ouderdomspensioen uitruilen voor een hoger partnerpensioen. Standaard bedraagt het partnerpensioen 70% van uw ouderdomspensioen. Deze uitruil gaat ten koste van de hoogte van uw ouderdomspensioen.
4. U kunt na uw pensionering eerst tot uw 65e, 70e of 75e een hogere pensioenuitkering ontvangen, en vervolgens levenslang een lagere.
U kunt ervoor kiezen om vanaf pensionering eerst een bepaalde periode een hogere uitkering van uw ouderdomspensioen te ontvangen. Daarna ontvangt u levenslang een lagere uitkering. De verhouding tussen de hoge en de lage uitkering is maximaal 100:75. Als het ouderdomspensioen ingaat vóór de 65-jarige leeftijd geldt daarbij bovendien het volgende: Over de periode tussen de ingangsdatum van het ouderdomspensioen en het bereiken van de 65-jarige leeftijd mag de hoge uitkering méér dan 33 1/3% hoger zijn dan de lage uitkering bedragen. De hoge uitkering mag over die periode vermeerderd worden met een bedrag ter grootte van tweemaal de AOW-uitkering voor een gehuwde, vermeerderd met de vakantietoeslag.
Uw keuze heeft gevolgen voor de hoogte van uw pensioenuitkering. Tegen de tijd dat u met pensioen gaat, kunt u de financiële gevolgen van de verschillende mogelijkheden voor u laten doorrekenen.
Hoe houdt uw pensioen zijn waarde?
Indexatie of toeslagverlening is de verhoging van uw pensioen in verband met gestegen lonen. Zo behoudt uw pensioen in de toekomst zijn waarde. Uw pensioen is gebaseerd op uw laatstverdiende loon (eindloon). De stijging van de lonen is daarom al in uw pensioen verwerkt. Op deze wijze behoudt het pensioen zijn waarde en hoeft er geen indexatie plaats te vinden.
Als u op 1 januari 2002 geen pensioen meer opbouwde in deze regeling of als u toen al pensioen kreeg, dan bestaat de intentie om uw pensioen aan te passen aan de stijging van de prijzen tot een maximum van 4%. De premievrije en ingegane pensioenen worden ieder jaar per 1 april aangepast conform de procentuele ontwikkeling van het prijsindexcijfer. Het pensioenfonds financiert deze voorwaardelijke toeslagverlening uit behaalde overrendementen. Verhoging van het pensioen is voorwaardelijk en vindt plaats indien en voor zover de financiële middelen van het pensioenfonds dit toelaten. Er bestaat geen recht op indexatie en het is ook voor de lange termijn niet zeker of en in hoeverre indexatie zal plaatsvinden. Een besluit om in enig jaar indexatie te verlenen, vormt geen garantie voor in toekomstige jaren te verlenen indexaties.
Als u per 1 januari 2002 actieve deelnemer was van deze regeling, maar na 1 januari 2002 uw deelname stopte of u met pensioen ging, dan bestaat de intentie om uw pensioen eenmaal per twee jaar aan te passen aan de stijging van de prijzen. De premievrije en ingegane pensioenen worden eenmaal per twee jaar per 1 april aangepast conform de procentuele ontwikkeling van het prijsindexcijfer. Het pensioenfonds financiert deze voorwaardelijke toeslagverlening uit behaalde overrendementen. Verhoging van het pensioen is voorwaardelijk en vindt plaats indien en voor zover de financiële middelen van het pensioenfonds dit toelaten. Er bestaat geen recht op indexatie en het is ook voor de lange termijn niet zeker of en in hoeverre indexatie zal plaatsvinden. Een besluit om in enig jaar indexatie te verlenen, vormt geen garantie voor in toekomstige jaren te verlenen indexaties.
Voorwaardelijkheidsverklaring 2011