Pensioenbegrippen 

  • A

    • Actieve deelnemer

      De deelnemer die in de pensioenregeling pensioen opbouwt.

    • Actuariële grondslagen

      Gegevens als sterftekansen, arbeidsongeschiktheidskansen, rekenrente en kosten die gebruikt worden om vast te stellen hoeveel geld er nodig is om de pensioentoezeggingen te kunnen waarmaken.

    • Actuaris

      Een specialist die verzekeringswiskundige risico-analyses verricht en de benodigde reserveringen berekent voor de vaststelling van de pensioenverplichtingen.

    • Afkoop

      Bij afkoop wordt de afkoopwaarde van de pensioenaanspraken in één keer uitgekeerd, de pensioenvoorziening is dan definitief beëindigd.

    • Afkoopwaarde (ook wel afkoopsom)

      De afkoopwaarde is het bedrag dat ineens wordt uitgekeerd als afkoop van een verplichting om in de toekomst een serie betalingen te doen.

    • AFM

      De Autoriteit Financiële Markten (AFM) houdt toezicht op de financiële markten in Nederland. Het gaat dan om de aanbieders van financiële producten en diensten en ondernemingen die effecten uitgeven.

    • Anw

      Bij uw overlijden hebben uw eventuele partner en/of kinderen mogelijk recht op een wettelijke uitkering van de overheid. Dat is geregeld via de Algemene nabestaandenwet (Anw). Uw achterblijvende partner kan in aanmerking komen voor een Anw-uitkering als hij of zij:

      - jonger is dan 65 jaar en;
      - is geboren voor 1950 of;
      - een kind jonger dan 18 jaar heeft of;
      - voor ten minste 45% arbeidsongeschikt is.

      De hoogte van de Anw-uitkering voor uw partner hangt af van het inkomen van uw partner. De Anw-uitkering voor uw kinderen staat los van het inkomen van uw partner. Uw partner moet deze uitkering aanvragen bij de Sociale Verzekeringsbank. Deze instantie regelt de Anw namens de overheid. Kijk voor meer informatie op de website.

    • AOW

      Vanaf uw 65e ontvangt u van de overheid een AOW-uitkering. Deze uitkering kunt u beschouwen als een basisinkomen. De hoogte van deze uitkering hangt af van uw persoonlijke omstandigheden. Heeft u tussen uw 15e en 65e in het buitenland gewoond? Dan is het mogelijk dat u minder AOW ontvangt. De hoogte van deze uitkering hangt namelijk ook af van het aantal jaren dat u in Nederland heeft gewoond of gewerkt. De Sociale Verzekeringsbank regelt de AOW namens de overheid.

    • AOW gat

      Per 1 januari 2015 vervalt de AOW-toeslag voor de partner jonger dan 65. Voor mensen die op of na 1 januari 2015 65 jaar worden kan daardoor het gezamenlijk inkomen tijdelijk lager uitvallen. Dit wordt het AOW-gat genoemd.

    • Arbeidsongeschiktheidspensioen (AOP)

      Arbeidsongeschiktheidspensioen is een aanvulling op de WIA-uitkering. De WIA-uitkering is gebaseerd op een bepaald maximum salaris. Als u meer verdient dan dit maximum salaris dan zult u tijdens arbeidsongeschiktheid terugvallen in uw inkomen. Daarom bieden sommige pensioenfondsen een arbeidsongeschiktheidspensioen aan. Hiermee voorkomt u een inkomensterugval.

    • Attestatie de Vita (ADV)

      Een verklaring die jaarlijks moet worden verstrekt door een uitkeringsgerechtigde die in het buitenland woont. Met deze verklaring, die ondertekend moet zijn door een bevoegde autoriteit, kan worden vastgesteld of de betrokkene nog in leven is.

  • B

    • Begunstigde

      Persoon die de (toekomstige) uitkering ontvangt. Dat kan de deelnemer zelf zijn of de nabestaande(n).

    • Beleggingen

      Het omzetten van geld of middelen in waardepapieren of objecten met als doel de waarde te behouden of te vergroten.

    • Benchmark

      Een benchmark is een maatstaf ter vergelijking van het beleggingsresultaat. Voor aandelenbeleggingen is de benchmark vaak een aandelenindex, bijvoorbeeld de AEX.

    • Bestuur

      Het bestuur van een pensioenfonds is een vertegenwoordiging van alle deelnemers, gewezen deelnemers en gepensioneerden in de pensioenfondsregeling.

    • Bijzonder nabestaandenpensioen

      Een nabestaandenpensioen of partnerpensioen dat bij scheiding wordt toegewezen aan de ex-partner van de deelnemer. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer.

    • Burgerservicenummer

      Het nummer waaronder u geregistreerd staat bij de gemeente waar u bent ingeschreven (voorheen sofinummer). Dit nummer is voor iedereen uniek.

  • C

    • Contante waarde

      Het bedrag dat nodig is om in de toekomst een of meer betalingen mee te kunnen verrichten, waarbij rekening is gehouden met toekomstige rente. Binnen de pensioenregeling wordt met dit bedrag vaak het toekomstig pensioen bedoeld.

    • Conversie

      Omzetting van pensioenaanspraken in andere pensioenaanspraken. Conversie kan bijvoorbeeld plaatsvinden na het maken van een keuze tussen partnerpensioen en een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.

    • Corporate governance

      Corporate governance heeft betrekking op een stelsel van verhoudingen tussen de verschillende organen van de onderneming zoals raad van bestuur, raad van commissarissen, aandeelhouders en andere belanghebbenden, waarbij rekenschap, transparantie en toezicht een centrale rol spelen. Pensioenfondsen beleggen in beursgenoteerde ondernemingen en zijn uit hoofde daarvan ook aandeelhouders.

  • D

    • De Nederlandsche Bank (DNB)

      Verantwoordelijk voor het toezicht op de degelijkheid van financiële instellingen. Vanuit deze functie houdt de DNB o.a. toezicht op pensioenfondsen en verzekeraars en op pensioenregelingen die door een werkgever rechtstreeks bij een verzekeraar worden ondergebracht. Dit viel eerder onder de verantwoordelijkheid van de Pensioen- & Verzekeringskamer (PVK). De PVK is eind 2004 gefuseerd met de DNB.

    • Deelnemer

      Persoon aan wie op basis van deelname aan een pensioenregeling pensioenaanspraken zijn toegekend.

    • Deelnemersrechten

      Rechten die deelnemers door een pensioenregeling of via wettelijke bepalingen hebben. Zowel in termen van geld als in termen van juridische rechten.

    • Deeltijdpensioen

      Een medewerker gaat in deeltijd werken en laat het pensioen gedeeltelijk ingaan. Over het met werken verdiende loon gaat de pensioenopbouw door (meestal tot 65 jaar).

    • Deeltijdpercentage

      Dit is de verhouding tussen het werkelijk anatal overeengekomen arbeidsuren ten opzichte van de basisarbeidsduur, uitgedrukt in een percentage.

    • Dekkingsgraad

      De verhouding tussen enerzijds de contante waarde van de op dat moment geldende reglementaire pensioenaanspraken en anderzijds het aanwezige vermogen. Het aanwezige vermogen is de som van de contante waarde van pensioenaanspraken die op dat moment zijn gefinancierd en de eventuele algemene en extra reserve.

  • E

    • Echtscheiding

      Ontbinding van het huwelijk door een rechterlijk vonnis.

  • F

    • Factor A

      De pensioenaangroei in een kalenderjaar.

    • Flexibiliseringselementen

      Keuzemogelijkheden binnen een pensioenregeling waarmee deelnemers hun pensioenpakket naar hun individuele omstandigheden en inzichten kunnen inrichten.

    • Franchise

      Dit is het deel van uw maximum pensioengevend salaris waarover u geen pensioen opbouwt. U bouwt hierover geen pensioen op, omdat u vanaf uw 65e een AOW-uitkering ontvangt van de overheid.

  • G

    • Gepensioneerde

      Iemand waarvan de ouderdomsuitkering is ingegaan.

    • Gewezen deelnemer

      Een persoon voor wie niet langer pensioenpremie wordt betaald. Ook bekend als slaper.

  • I

    • Indexatie (zie ook toeslagverlening)

      Verhoging van een pensioen of van een aanspraak op pensioen, die jaarlijks wordt verleend op grond van een in het pensioenreglement omschreven regeling.

    • Inkomende waardeoverdracht (IWO)

      Geldbedrag dat binnenkomt van een vorige pensioenuitvoerder/fonds om pensioenaanspraken in te kopen in de nieuwe regeling.

  • J

    • Jaarverslag

      Verslag van de jaarlijkse werkzaamheden waarin de voorziening pensioenverplichtingen wordt vastgesteld en waarin de analyse van het technische resultaat wordt verricht.

  • K

    • Kapitaal

      Het vermogen dat wordt gereserveerd om in de toekomst opgebouwde pensioenaanspraken uit te kunnen betalen.

    • Kind

      Als kind van de deelnemer geldt: eigen kinderen of stief- of pleegkinderen die als eigen kind worden onderhouden en opgevoed. Een kind kan tot aan de 23 jarige leeftijd in aanmerking komen voor wezenpensioen. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer.

  • L

    • Loongegevens

      Specificatie van de arbeidsverhouding tussen medewerker en werkgever, met name gegevens over geldelijke vergoeding.

    • Loonstijging

      Ontwikkeling van de lonen over een bepaalde periode.

  • M

    • Maximumloongrens

      Een bovengrens aan het loon. Over het loon daarboven vindt geen pensioenopbouw plaats.

  • N

    • Nabestaande(n)

      Binnen de grenzen van een pensioenregeling zijn dit: de weduwe of weduwnaar, geregistreerd partner of de partner waarmee een samenlevingscontract bestaat en die is aangemeld bij het pensioenfonds. Daarnaast gelden ook de kinderen van een deelnemer als nabestaande(n).

    • Nabestaandenpensioen

      Pensioen dat specifiek is bestemd voor de uitkering aan de partner en kinderen bij overlijden.

  • O

    • Opbouwpercentage

      Dit is het percentage van de pensioengrondslag dat u per jaar aan pensioen opbouwt.

    • Opgebouwd pensioen

      Dit is het bedrag aan jaarlijks pensioen dat u tot 1 januari van dit jaar heeft opgebouwd. Stel dat uw deelnemerschap is beëindigd per 1 januari van dit jaar, dan is dit de uitkering die u kunt verwachten als u met pensioen gaat. Blijft u deelnemer dan gaat de opbouw van uw pensioen in deze regeling gewoon door. Uw pensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin u de pensioenleeftijd bereikt.

    • Ouderdomspensioen

      Pensioen voor de deelnemer zelf. De uitbetaling ervan start op het moment dat de pensioendatum wordt bereikt en loopt door tot het moment dat de gepensioneerde komt te overlijden.

    • Outperformance

      Het verschil tussen het behaalde rendement en het rendement van de benchmark (positief of negatief).

    • Overlevingstafels

      Overlevingstafels (sterftetafels) zijn afgeleid uit sterftetabellen die aangeven hoeveel personen na x jaar in leven zijn vanuit een standaard aantal 0-jarigen. De naam van de tafel geeft aan over welk waarnemingstijdvak de gegevens zijn verkregen (bijvoorbeeld: Gehele Bevolking 2000-2010).

  • P

    • Partner

      Een gehuwde of ongehuwde relatie van een deelnemer die officieel is vastgelegd door een huwelijk, een geregistreerd partnerschap of een (notarieel) samenlevingscontract. Om bij een samenlevingscontract in aanmerking te komen voor partnerpensioen, moet de partner bij het pensioenfonds zijn aangemeld.

    • Partnerpensioen

      Nabestaandenpensioen ten behoeve van de partner. Uitkering vindt plaats na overlijden van de deelnemer.

    • Pensioen

      Verzamelnaam voor periodieke uitkeringen (meestal maandelijks), die het vroegere salaris vervangen in geval van ouderdom, overlijden of arbeidsongeschiktheid. Gemeenschappelijk kenmerk is, dat de uitbetaling van het pensioen in elk geval eindigt zodra de rechthebbende is overleden en dat de opbouw ervan plaatsvindt in verband met het verrichten van arbeid.

    • Pensioenaangroei

      Het bedrag van de jaarlijkse pensioenaangroei, de factor A, is bepalend voor hoeveel fiscale ruimte u heeft om uw pensioen aan te kunnen vullen met lijfrentes. Wilt u een berekening maken? Gebruik dan het Rekenprogramma Lijfrente van de Belastingdienst. Dat vindt u op de website van de Belastingdienst. Uw financieel adviseur kan u hierbij ook helpen. De pensioenaangroei wordt vermeld op het Uniforme Pensioen Overzicht (UPO) dat u jaarlijks ontvangt.

    • Pensioenaanspraak

      Een recht op toekomstige pensioenuitkeringen. Dit recht ontstaat door deelname aan een pensioenregeling.

    • Pensioenbreuk

      Een pensioenbreuk treedt op als iemand door verandering van werkkring of door een veranderde situatie bij de werkgever over moet stappen naar een andere pensioenregeling of tijdelijk uit de regeling moet stappen.

    • Pensioendatum

      De leeftijd waarop op grond van de pensioenregeling het ouderdomspensioen ingaat.

    • Pensioenfonds

      Stichting die zorgt voor de veiligstelling van de pensioenaanspraken, die voortvloeien uit een pensioenregeling, kapitaal vergaart, vastlegt en beheert. Een pensioenfonds kan een opdracht tot uitvoering verstrekken en een uitvoeringsovereenkomst overeenkomen met een pensioenuitvoerder.

    • Pensioengat

      Het verschil tussen de gewenste pensioenhoogte (pensioennorm) en de daadwerkelijke toekomstige uitkering (op basis van de opgebouwde reserves).

    • Pensioengerechtigde

      Iemand die aanspraak kan maken op een uitkering uit hoofde van een pensioenregeling.

    • Pensioengevend salaris

      Dit is het deel van uw inkomen dat meetelt voor uw pensioenopbouw. Het pensioenreglement bepaalt welke delen van het inkomen meetellen voor de pensioenopbouw en dus pensioengevend zijn.

    • Pensioengrondslag

      Dit is uw pensioengevend salaris minus de franchise. Dit is dus het deel van uw inkomen waarover u pensioen opbouwt.

    • Pensioenrechten

      Rechten die deelnemers hebben uit hoofde van een pensioenregeling.

    • Pensioenregeling

      Regeling waarvoor een deelnemer premies afdraagt en die de deelnemer na pensionering een inkomen garandeert. Ook wel: pensioenovereenkomst.

    • Pensioenreglement

      Algemene beschrijving van de pensioenregeling die in het betreffende bedrijf, beroepsgroep of bedrijfstak geldt. Daarin is vermeld wie deelnemen aan de regeling, hoe de hoogte van de pensioenen worden vastgesteld, welke aanspraken er zijn, wat de consequenties zijn bij ontslag, huwelijk, scheiding, arbeidsongeschiktheid, bereiken pensioendatum en overlijden. Het pensioenreglement is de juridische basis waaraan de betrokkenen hun aanspraken en uitkeringen ontlenen.

    • Pensioenuitkering

      Uitkering op basis van pensioenaanspraken.

    • Pension Fund Governance (PFG)

      Principes voor een goed pensioenfondsbestuur. 'Goed pensioenfondsbestuur' wordt gehanteerd als vertaling van de term Pension Fund Governance. Het gaat daarbij vooral om de wijze waarop het bestuur is georganiseerd, verantwoording wordt afgelegd aan belanghebbenden en de wijze waarop het interne toezicht is georganiseerd.

    • Performance

      Het totale rendement op de beleggingen.

    • Premie

      Dit is het bedrag dat u voor uw pensioenopbouw betaalt inclusief de eventuele vrijwillige extra premie.

  • S

    • Scheiding

      Het uit elkaar gaan van samenwonende, geregistreerde of getrouwde partners.

    • Sociale verzekeringsbank (SVB)

      Overheidsorgaan dat belast is met de uitvoering van onder andere de AOW en de Anw.

    • Stichting

      Rechtspersoon met een bepaald eigen vermogen en een zeker doel.

  • T

    • Te bereiken pensioen

      Dit is het bedrag aan jaarlijks pensioen dat u ontvangt vanaf de pensioenleeftijd die op het pensioenoverzicht staat. U ontvangt dit bedrag als u tot die datum in dienst blijft en pensioen blijft opbouwen in een pensioenregeling. Uw pensioen gaat in op de eerste dag van de maand waarin u de pensioenleeftijd bereikt.

    • Toeslag (zie ook indexatie)

      Verhoging van een pensioen of van een aanspraak op pensioen, die op incidentele basis wordt verleend of die jaarlijks wordt verleend op grond van een in het pensioenreglement omschreven regeling.

    • Toezichthouder

      Organisatie die toezicht houdt op pensioenfondsen. Zie bij De Nederlandsche Bank (DNB) en Autoriteit Financiële Markten (AFM).

  • U

    • Uitgaande waardeoverdracht

      Geldbedrag dat ten behoeve van een deelnemer naar een andere pensioenuitvoerder wordt overgeheveld om daar pensioenaanspraken in te kopen.

    • Uitkeringsgerechtigde

      Iemand die aanspraak kan maken op een uitkering.

    • Uitkeringsovereenkomst

      Een overeenkomst waarbij de pensioenuitkering wordt vastgesteld.

    • Uitruil(en)

      Uitruil van pensioensoorten. Bijvoorbeeld de mogelijkheid om ouderdomspensioen te gebruiken voor een nabestaandenvoorziening, of andersom de mogelijkheid om nabestaandenpensioen te gebruiken voor een hoger of eerder ingaand ouderdomspensioen.

    • Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen (UWV)

      UWV verzorgt de uitvoering van de sociale verzekeringen voor werknemers en werkgevers, waaronder de Werkloosheidswet (WW), Wet werk en inkomen naar arbeidsongeschiktheid (WIA) en de Wet op de Arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO).

    • Uniform Pensioenoverzicht (UPO)

      Gestandaardiseerd overzicht dat pensioenfondsen en verzekeraars hanteren om medewerkers persoonlijke informatie te geven over de uitkering bij pensionering, overlijden en arbeidsongeschiktheid.

  • V

    • Vastrentende waarden

      Verzamelnaam voor obligaties en onderhandse leningen.

    • Verevend ouderdomspensioen

      Het gedeelte van het ouderdomspensioen (OP) dat na ontbinding van een huwelijk, geregistreerd partnerschap of samenlevingsovereenkomst, is toegewezen aan de ex-partner. Het verevend OP komt tot uitkering op het moment dat de deelnemer de pensioendatum bereikt. In het geval de deelnemer voor de pensioendatum overlijdt, vervalt het verevend OP en komt het Bijzonder partnerpensioen (BNP) tot uitkering. In het geval de ex-partner overlijdt, valt het verevend OP terug naar de deelnemer.

    • Verevening (verevenen)

      Verdeling van tijdens het huwelijk opgebouwde aanspraken op ouderdomspensioen volgens de systematiek van de Wet verevening pensioenrechten bij scheiding.

    • Voorwaardelijkheidsverklaring

      Pensioenfondsen zijn wettelijk verplicht om u te informeren over de toeslagen (indexatie) die zij verlenen. Ook de te verwachten toeslagen voor de komende jaren moeten worden vermeld. Dit gebeurt in de zogenaamde voorwaardelijkheidsverklaring.

  • W

    • Waardeoverdracht

      Het overdragen van de contante waarde van pensioenaanspraken om pensioenverlies te voorkomen wanneer een medewerker van pensioenregeling wisselt.

    • Wezenpensioen

      Nabestaandenpensioen dat na het overlijden van een deelnemer aan een pensioenregeling – tot het bereiken van een bepaalde leeftijd – wordt uitgekeerd aan de kinderen van de betrokken deelnemer.